Technische innovatie

Ook het gebruik van staal heeft een grote invloed op de nieuwe visuele cultuur die zich in De Stijl en nog weer later in het Nieuwe Bouwen verder ontwikkelt. Een voorbeeld hiervan ziet Berens in de graansilo van de Rotterdamse architect Michiel Brinkman. Daarvoor ontwierp hij een enorme ijzeren constructie, met rijen ijzeren kolommen in een strak gelid. In feite loopt die invloed van technische innovatie op de visuele cultuur tot aan de Tweede Wereldoorlog, vertelt Berens. ‘Je ziet in het Nieuwe Bouwen deels dezelfde ontwerpers terug. In Huis Sonneveld uit 1933, ontworpen door de architecten Brinkman en Van der Vlugt, werden bijvoorbeeld de kleuren die De Stijl-kunstenaar Bart van der Leck voor Metz & Co samenstelde gebruikt. De blauwe, rode en gele kleuren zijn in de eetkamer toegepast. In de kinderkamers boven is blauw en geel gebruikt, daar voegen we dit jaar rode stoelen aan toe – ook weer bekleed met stoffen uit de Van der Leck-serie.

De samenwerking tussen het Haags Gemeentemuseum en Het Nieuwe Instituut verloopt heel plezierig, vindt Berens, ze waren het snel eens over het concept van de tentoonstelling. Omdat het dit jaar honderd jaar geleden is dat de beweging werd opgericht, organiseren meerdere kunstinstellingen tentoonstellingen over De Stijl. Ook het Centraal Museum Utrecht en Kade in Amersfoort kwamen bij Het Nieuwe Instituut aankloppen met aanvragen voor tekeningen en maquettes uit het archief. Maar er is materiaal genoeg, benadrukt Berens. ‘We kunnen royaal uitlenen en tegelijkertijd zelf een uitgebreide tentoonstelling samenstellen. Sommige instellingen hebben even moeten wachten tot wij de selectie voor Het verlangen naar Stijl rond hadden, maar daarna bleek nog ruim voldoende keuze aanwezig. Het prachtige voordeel van een uitgebreid archief als het Rijksarchief voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw is dat je er telkens vanuit een ander perspectief in kunt grasduinen en dan weer nieuwe dingen ontdekt en nieuwe selecties kunt maken.’

Interview Lotte Haagsma